Binnenkort betrekken wij een nieuw huis. Ook echt nieuw nieuw, want het is een nieuwbouwhuis. Wij waren op zoek naar vloeren, maar troffen een winkel met zoveel meer dan dat. Het overviel mij. Na 10 minuten wilde ik het liefst rechtsomkeert maken. Het duizelde aan mogelijkheden om mij heen. Vloeren in allerlei soorten, raambekleding, wandafwerking…je zou er je hele huis meteen kunnen laten inrichten. Ik herpakte mijzelf en we begonnen maar met waar wij voor kwamen, de vloeraankleding.  Twee en een half uur later hadden wij vanalles gezien en weet ik inmiddels dat mijn smaak redelijk stabiel is. Wat ik voor ogen had wilde ik nog steeds. Dus zonder een echte keuze gemaakt te hebben liep ik toch tevreden de winkel uit. We weten in ieder geval meer dan daarvoor.

Deze hele situatie deed mij opeens denken aan de komst van een nieuw kind. Dat kan je ook zo overweldigen. Ook dan valt er vanalles te regelen en in orde te maken. Je kunt er niet omheen om erover nagedacht te hebben. Een kind heeft een naam nodig om zijn bestaan op te bouwen, een plek om te slapen, een thuis waar het veilig is en voeding van liefdevolle ouders. Als je start vanuit de basis komt het altijd goed. Vanuit daar kun je verder bouwen, stap voor stap. Dan ontstaan er de prachtigste creaties.

Terugblikkend op het afgelopen jaar is er veel gebeurd. Praktijk de Roze Wolk heeft in 2016 het licht mogen zien. Wat ik voor ogen had was wel duidelijk, maar hoe was een groeiend proces. Met name het broeden op de juiste praktijknaam, die weergeeft wat ik doe was een langdurig proces. Maar toen dat er eenmaal was volgden de stappen vanzelf.

Via de ouderwetse manier van knippen, scheuren en plakken kreeg mijn moodboard vorm. Van daaruit schreef ik een wedstrijd uit voor het ontwerpen van een logo. Als je goed kijkt zie je daarin de Moeder en het Kind, de Eicel en het Zaadje, de Zon achter de Wolken of een Speen, danwel Flesje. Het is maar wat je erin wilt zien. Ik vind hem zelf echt prachtig in zijn eenvoud, vanwege al deze elementen.

Hierna volgde de flyer en het visitekaartje gemaakt door Monique van Kessel.  De website wilde ik graag zelf doen, maar ik kreeg het niet helemaal zoals ik wilde en na lang prutsen besloot ik dat ook dit een vak apart is. Gelukkig was daar mijn goede vriend Johan van Reclamebureau BCO, die mij zijn liefdevolle hulp aanbood. En sinds een aantal dagen staat mijn nieuwe website live. Yess!!

Ondanks dat de weg soms lang en heuvelachtig is ga ik dapper door. Met enige trots kan ik nu dus zeggen dat het geheel staat als een huis. Maar een huis zonder bewoners is een verlaten plek, daarom nodig ik jullie uit mijn website te bekijken. En het zal mij een waar genoegen zijn jullie te mogen ontmoeten in het jaar 2017. Een liefdevolle groet,

Petra van www.praktijkderozewolk.nl

Van de week heb ik deelgenomen aan een workshop en weer wat bij mogen leren. Ik werd nog even extra bewust gemaakt van hetgeen ik eigenlijk als wist.

In de zwangerschap speelt het hormoon oxytocine een belangrijke rol in het samenstrekken van de baarmoeder en zorgt ervoor dat de weeën op gang komen. Direct na de geboorte zorgt dit hormoon voor het het regelen van de toeschietreflex bij het op gang brengen van de borstvoeding. We noemen dit ook wel het knuffelhormoon, omdat  het ook een belangrijke rol speelt in de hechting tussen opvoeder en kind.

Nu is het zo dat dit niet alleen geldt bij de gevoelens voor onze baby, maar in al onze sociale contacten. We maken dit hormoon aan bij een positief onderling contact, wanneer je elkaar aankijkt en aanraakt, bij het knuffelen en vrijen. Oxytocine bevordert het gevoel van VERTROUWEN en VERBONDENHEID en verlaagt ons stressniveau. Als klap op de vuurpijl helpt het de zaadcellen op weg naar de eicel. Dus lieve mensen, ik zou zeggen knuffel er op los met elkaar!

En van mij aan jou een liefdevolle virtuele omhelzing.

Afgelopen zaterdagavond hadden mijn man en ik het jaarlijkse kerstdiner van zijn werk, inclusief partners. Ik vind het nog altijd bijzonder sfeervol en waardevol dat ze dit doen. Ik heb zelf jarenlang feesten gehad van mijn werk, maar in 95% van de gevallen was dat zonder aanhang. Jammer, want zo blijft de band wat eenzijdig. Ik zie er dus echt een meerwaarde in te weten wie de collega’s van mijn man zijn. En andersom denk ik dat het leuk is te weten welke man of vrouw er bij je collega hoort.

Ook dit jaar zaten wij weer aan een hele gezellig tafel. Met collega’s waar ook ik ondertussen al een leuke band mee heb opgebouwd. Er was zoveel te bepraten dat ik wel overwogen heb tussentijds even ergens anders te gaan buurten, maar dat niet heb gedaan. Ik wilde de dynamiek aan onze tafel niet verstoren en de conversaties waren steeds interessant.

Achteraf dacht ik er nog eens over na en kwam tot de conslusie dat wij het er gemakkelijk vanaf gemaakt hadden. Door vaak bij elkaar plaats te nemen, hoe leuk ook, creëer je onbewust een subgroepje en daarmee wat afstand naar anderen toe. Persoonlijk vind ik het namelijk heel erg leuk om steeds iemand anders beter te leren kennen. Ik kan ook altijd wel onderwerpen vinden om over te praten. Werk, kinderen, huis, sport, esoterie, huisdieren, kunst; het maakt mij niet uit!

Vanochtend dacht ik aan mijn favoriete collega die ik helaas zaterdag niet gesproken heb. Een superslimme vogel, een beetje een einzelganger en single. Ik vind het juist leuk om zo iemand te betrekken in conversaties. Een beetje te prikkelen en uit te dagen. Daar ik verre van technisch ben valt er met mij daarover niet zoveel van gedachten te wisselen, dus ik gooi het altijd op de persoonlijke boeg. En ik vraag wellicht net wat langer door, of stel ‘brutalere’ vragen dan een ander. Ik hou daarvan en zo kom je meer over iemand persoonlijk te weten. Daarbij let ik er altijd op (dat gaat automatisch) dat het luchtig blijft en niet oncomfortabel.

Nu heb ik niet het overzicht welke collega’s wel of niet een partner hebben, maar ik realiseerde mij ineens dat sommigen het uitermate vervelend vinden om alleen naar dit soort etentjes te gaan.  En daardoor dit soort gelegenheden vermijden. Jammer, want je weet nooit wat het je ook kan brengen. Dus mijn verzoek aan degenen die dit lezen en de nodige (kerst)borrels of –etentjes nog voor de boeg hebben, hier alert op te zijn. Betrek degene erbij die wat onhandig en ongemakkelijk rondkijkt en maak het ze gemakkelijk. Spreek eens een collega aan die je niet kent. En wil je het gesprek beeindigen doe dit dan netjes en niet met een goedkope smoes. Je kunt iemand bedanken voor het gesprek en nog een fijne avond wensen. En aangeven dat jij je graag weer even bij je partner wilt voegen. En desnoods nodig je de persoon uit om daar ook even heen te lopen!

Ik wens een ieder mooie ontmoetingen en een sfeervolle kerst. Cheers!

Ontwikkel je een karaktereigenschap of wordt je ermee geboren?

Waar ik ook sta, mijn dochter komt achter mij aan. Of ze valt mijn zoon lastig. Mam, kijk eens deze kan ik al kopen. Ik heb zoveel spaargeld en ik krijg nog zoveel van jou, dus dat kan wel. Kijk, welke zal ik doen, de 5s, SE of de 6? Is 16 GB te weinig? De ene na de andere telefoon vliegt mij om mijn oren en ik merk dat ik er niet naar luisteren wil. Ze is pas 11 jaar oud!
Nog geen 7 maanden geleden moest er een telefoon komen voor het familieweekend, anders hoorde zij er echt niet bij. Dus samen met haar vader van haar eigen geld een telefoon uitgezocht, een Huawei. Nu zou je denken dat hij inmiddels geleerd zou hebben van kind nr. 1, die als eerste een Samsung Young kreeg. Niet het nieuwste model, maar eentje die natuurlijk net iets goedkoper was. En dus ook sneller uit de gratie. Na een jaar was het toestel niet meer interessant en moest er een nieuwe komen. Eerst een Samsung S4 mini, maar die kreeg een onherstelbare barst, dus nu is er de Samsung Note, van zijn eigen geld. Als echte puber besteedt hij minstens 12 uur per dag aan zijn mobiel. En je hoort hem niet klagen, een prima toestelletje. Maar vaderlief heeft dezelfde fout gemaakt bij kind nr. 2. Het huidige toestel is te langzaam, heeft te weinig geheugen, applicaties kunnen niet gedownload worden en is vooral niet stoer genoeg.
Je begrijpt het al, ze heeft een nieuwe op het oog en het moet een i-phone worden. En ik weet niet wat het is met haar, maar ze is nogal aanhoudend. Ze staat ermee op en gaat ermee naar bed. Niet te stoppen. Iedere dag weer dezelfde vragen. Dezelfde mededelingen over hoeveel geld ze al heeft. De belofte dat ze werk zal verrichten in ruil voor wat geld. Hoeveel ze nu nog nodig heeft om zo snel mogelijk de telefoon aan te schaffen. De vluchtige blikken die ik wierp op haar ipad (jaaaa, die heeft ze ook al en je snapt het al, aanhoudend om gezeurd voor haar verjaardag!) lieten mij zien dat ze steeds naar tweedehands modellen keek. Niets mis met tweedehands spullen, maar een telefoon lijkt mij nieuw beter. Ik ben een halfuurtje met haar gaan zitten en heb de toestellen en prijzen even op een rijtje gezet voor haar. Nu dacht ik, dat schrikt haar wel af. Maar nee hoor, ze zag al de oplossing voor tekortkoming…ze gaat haar partijtje nog vieren!
Afijn, ik vroeg mij af of ze deze karaktereigenschap ‘niet rusten totdat ze heeft wat ze wil’ al heeft vanaf haar geboorte. De laatste tijd valt het gewoon enorm op. Heeft ze iets in haar hoofd dan moet ze het gewoon hebben. Ik denk aan haar huilbuien als baby en peuter en constateer dat er toen al iets van die aanhoudendheid was. Ze stopte pas met huilen als ik haar oppakte en het was pas goed als ze naast mij in bed lag. Hoe vaak ik ook geprobeerd heb haar een paar nachten te negeren, ik kwam er niet doorheen bij haar. Dan werd ze ineens ziek en begon de ellende weer van vooraf aan. Als peuter/kleuter herinner ik mij haar eigenwijsheid. Ik hoefde haar niet te vertellen wat ze aan moest trekken, dus ontwikkelde ik de stijl van keuze. 3 shirtjes,3 rokjes, 3 maillots. En steevast koos ze net een andere combinatie dan ik zou doen. En ze was onvermurmbaar. Ik moest er ook wel om lachen en heb mij altijd voorgehouden dat deze eigenschap haar later vast enorm van pas komt, maar dat het voor ons ouders nu een beetje afzien is. Bovendien ontwikkelde ze een bijzonder eigenzinnige stijl.

Maar ja, nu zit ik met de vraag. Is het een aangeboren karaktereigenschap of hebben wij haar zo gemaakt? Ik geloof het allerliefste in het eerste. En totdat het tegendeel bewezen is doe ik dat maar. En over twintig jaar weten wij waarschijnlijk beter!

Ingrijpen

Zo’n 20 jaar geleden besloten mijn vriend (huidige man) en ik samen te gaan wonen in Den Haag. Het was een portiekwoning waarvan de verdieping was opgesplitst in 2 delen. Wij bewoonden het achterste gedeelte van het huis, iemand anders het voorste gedeelte. Na enige tijd kregen wij nieuwe buren, ook een stel. Voorheen liet ik mijn deur van het slot af, ik zag geen reden die op slot te doen. Maar met de nieuwe buren werd dat anders. Na de eerste woordenwisseling die ik opving, deed ik direct de deur op het slot. Ik was alleen thuis en schrok mij rot. Wat volgde was een zeer regelmatig terugkerend voornamelijk nachtelijk ritueel. Dat verliep meestal zo: Eerst klapte de deur om een uur of 3 in de nacht hard in het slot, daarna kwamen de voetstappen de trappen op, bij aankomst begon ie met zijn dronken hoofd te schelden tegen zijn vriendin, waarbij de scheldwoorden er niet om logen. Ik zal ze hier niet herhalen, omdat het echt niet tot mijn taalgebruik behoort. Vervolgens lag ik vaak gespannen te luisteren naar de de fysieke geweldpleging die volgde. Wat zich precies afspeelde weet ik niet, maar het leek alsof ze achterelkaar aan rondjes aan het rennen waren al scheldend tegen elkaar. Afijn, alles in mij zei: dat is niet pluis daar. Maar wat doe je er vervolgens mee? We hadden geen contact en had ook niet de behoefte die met hen aan te gaan. Ik heb vaak getwijfeld of ik een gesprek zou aanroeren, maar het voelde alsof ik mijzelf dan ook in gevaar zou brengen. Zo’n ruziesusser die zelf de dupe wordt, omdat de boosheid en agressiviteit zich opeens tegen jezelf gaat keren. Het leek mij geen goed idee. Onze ruimtes werden slechts gescheiden door een dun gipsen wandje. En ook de deur was niet veel bijzonders. Dus ik heb het erbij gelaten. Het ergste moment was voor mij een bericht van De Blije Doos, waaruit ik kon opmaken dat ze zwanger was. Het enige wat ik dacht was: arm schepsel. Je komt niet in een warm nest terecht en hoe zal het vervolgens jou vergaan?

Nu zag ik gisteravond Ellie Lust (politiewoordvoeder) en Mijnheer Van der Laan (burgemeester Amsterdam) praten bij RTL Late Night over hun aanpak. Met de boodschap, dat wij waakzame burgers vaker aan de bel zouden moeten trekken bij vermoeden van mishandeling, zodat de politie langs zou kunnen gaan om een laagdrempelig gesprek te voeren. Dat melden daar heb ik niet zo’n moeite mee, maar op de een of andere manier heb ik toch geen vertrouwen in de aanpak. Er wordt te vaak geen actie ondernomen, simpelweg omdat er eerst iets concreets gebeuren moet voordat de politie kan ingrijpen. Om dit echt anders aan te pakken is iets nieuws nodig. Daar ben ik het wel mee eens. Je kunt gesprekken voeren met jongeren tussen de 14 en 18 jaar (op scholen?) waarbij er gesproken wordt over agressiviteit en weerbaarheid. Waarbij je jongeren aanmoedigd zelf stappen te ondernemen wanneer zij te maken hebben met geweld thuis. Biedt veiligheid en leer hen wat te doen in de onveilige situatie en wat vooral niet. En ook wat ze kunnen doen als ze hetzelfde gedrag tegenkomen bij zichzelf, misschien wel jaren later in stress situaties. Dat ze dan zo moedig zijn zelf aan de bel te trekken voor behandeling.

Dus ja laten wij waakzaam zijn en er eerder met elkaar over praten en aan de bel trekken. Maar wanneer je echt resultaat wilt boeken dan zullen we ook echt iets anders moeten doen dan we tot nu toe gedaan hebben, want kennelijk heeft dat tot nu toe niet voldoende geholpen.

Vaccineren. Wel of niet doen? Tja, wie heeft het antwoord? Omdat we het 60 jaar doen, wil nog niet zeggen dat dit de beste keus is. Ik heb mijn 3 kinderen wel laten inenten, maar ik kan niet met 100% zekerheid zeggen dat ik dat nu nog steeds zou doen. Ik zou mij er toch meer in verdiepen, omdat ik denk dat vaccineren ook heus zijn nadelen kent. Meestal doen we iets, omdat de grote massa dat doet. Of omdat artsen of geleerden zeggen dat het beter voor ons is en denken we er zelf verder niet zoveel over na.

Veranderen begint altijd met een kleine groep die tegen de ‘regels’ in gaan. Ik heb daar bewondering voor. Zonder deze mensen verandert er niets in de wereld. Wat ik jammer vind is dat er zo’n ophef wordt gemaakt over het vaccineren en er harde eisen gesteld gaan worden. Ik laat mensen graag vrij in hun keuze en heb daar respect voor. Voel jij je veiliger bij vaccineren, vooral doen. Heb jij zo je twijfels over deze lichamelijke ingreep, doe het niet. Het gaat erom dat je mogelijke gevolgen van je handelen kunt accepteren. Tja, volgens mij heet dat gewoon LEVEN. En 1 ding weet ik zeker: dat is dat in het leven niets zeker is. Behalve dat je geboren wordt en dat je ooit ook een keer dood gaat. Alles daar tussenin zijn levenslessen.

Vaccineren deel 2

Wat mij betreft gooien we de angstcultuur over boord en gaan we ons meer richten op vertrouwen en ons innerlijk weten. Leven vanuit liefde, positiviteit en met levenslust.

Daarnaast hou ik van mensen die zich kritisch opstellen en zich openstellen voor nieuwe mogelijkheden, dingen uitproberen en onderzoeken. En met kritisch bedoel ik trouwens niet tegen schenen aan schoppen, maar zaken vanuit een andere mogelijkheid bekijken. Nieuwsgierig naar het onbekende. En durven iets anders te doen dan gangbaar is.

Als we het dan over vaccineren hebben dan wil ik je ook graag vertellen over een vriendin. Zij heeft gekozen voor een afwijkend vaccinatie schema. Een eigen gekozen tempo en in een andere samenstelliing. Om het lichaam van de baby niet in een keer te overspoelen met een hoeveelheid aan vaccins. Dat is dus ook een mogelijkheid. Iets om te overwegen en eventueel te bespreken met de consultatiebureau arts.

Er zijn, naast de vaccinatie perikelen, nog wel wat andere zaken te bedenken die wellicht niet zo prettig zijn voor een kind in een kinderdagverblijf. Neem nu een huilbaby, zou die geweigerd mogen worden, omdat hij de rust verstoord in de groep? Stress heeft tenslotte ook zijn negatieve uitwerking op het immuunsysteem. En zo kan ik nog wel wat voorbeelden bedenken, waar je als ouder weleens tegenaan loopt in een kinderdagverlijf. Tja, ik zeg het nog maar een keer. Dat heet LEVEN. Laten wij ervoor zorgen dat onze kinderen zoveel mogelijk kunnen opgroeien in liefde en harmonie, daar zijn zij het meest bij gebaad.